Nieuws
Overlijdensuitkering: wat is het loon over een maand?

De werkgever kan bij overlijden van een werknemer een eenmalige uitkering doen die is vrijgesteld voor zover deze niet meer bedraagt dan drie maal het loon over een maand. Het is niet altijd duidelijk hoe dat loon over een maand moet worden bepaald. Hierover heeft een kennisgroep van de Belastingdienst nu een standpunt gepubliceerd.
Fysiotherapeut stopt: praktijkruimte in woning naar privé

Een fysiotherapeut heeft een praktijk aan huis. De praktijkruimte vormt fiscaal ondernemingsvermogen, het woongedeelte is privévermogen. Als hij met zijn praktijk stopt, wordt de marktwaarde van de praktijkruimte getaxeerd op € 49.000, dat is € 23.000 hoger dan de boekwaarde. Mag hier nog een aftrek op worden toegepast wegens zelfbewoning?
Gouden munten en box 3

Een particulier heeft ter belegging diverse binnenlandse en buitenlandse gouden munten. Een deel van de munten heeft in de betreffende landen de status van wettig betaalmiddel, maar wordt in de regel niet als zodanig gebruikt. Dit omdat de marktwaarde van de gouden munten (veel) hoger ligt dan de nominale waarde. Is onder de Box 3-wetgeving sprake van contant geld?
Kerstpakket en werkkostenregeling

Loon is alles wat een werknemer krijgt uit zijn dienstbetrekking. Dit geldt ook voor het kerstpakket. Het kerstpakket is loon in natura. De werkgever kan kiezen of hij het kerstpakket behandelt als loon voor de werknemer of dat hij het aanwijst als eindheffingsloon in de werkkostenregeling. De waarde van het kerstpakket komt dan ten laste van de vrije ruimte. Hoe werkt dat?
Advieskosten bedrijfsopvolgingsregeling aftrekbaar?

Vader heeft via de bedrijfsopvolgingsregeling (BOR) aandelen in twee actieve BV’s geschonken aan zijn zonen die de bedrijven voortzetten. Met het oog op deze overdracht hebben voorafgaand enkele herstructureringen plaatsgevonden. De advieskosten voor het bedrijfsopvolgingstraject, bijna € 31.500, zijn gefactureerd aan en betaald door de holding van vader. De Belastingdienst weigert aftrek. Terecht?
Outplacementtraject bij beëindigingsovereenkomst

Werkgever en werknemer sluiten eind 2025 een beëindigingsovereenkomst waarin wordt afgesproken dat dat de werknemer met ingang van 1 januari 2026 uit dienst zal treden en dan recht heeft op een outplacementtraject. Dat traject begint en eindigt in de loop van 2026. De werkgever ontvangt en betaalt de facturen in 2026. Is het traject voor de werknemer loon in 2025 of in 2026?
Nieuw in 2026: herziening BTW-aftrek bij investeringsdiensten

Als ondernemer mag u de BTW die u betaalt over investeringen terugvragen, als u deze kosten hebt gemaakt voor omzet die is belast met BTW. Soms moet u die aftrek later herzien: dat betekent dat u de BTW-aftrek achteraf moet aanpassen als het gebruik van de investering verandert. Bijvoorbeeld van BTW-belast naar BTW-vrijgesteld gebruik of andersom.
Bedrijf stopt, loonbetaling ook

Een verkoopmedewerkster heeft een contract voor onbepaald tijd bij een winkelfiliaal. Het filiaal wordt per 1 oktober 2024 gesloten. De werkgever heeft de arbeidsovereenkomst in oktober 2025 nog steeds niet beëindigd, maar betaalt geen loon meer. Hij is in een eerdere procedure al tot nabetaling van salaris veroordeeld. De verkoopmedewerkster eist nu ontbinding van de arbeidsovereenkomst, een transitievergoeding en een billijke vergoeding van bijna € 55.000. Hoe oordeelt de rechter?
Dag doorgewerkt na einde tijdelijk contract: stilzwijgende verlenging?

Een werknemer sluit een arbeidsovereenkomst voor zes maanden, van 15 augustus 2024 tot 15 februari 2025. Bij voorbaat geeft de werkgever aan dat de overeenkomst niet verlengd zal worden, zodat is voldaan aan de aanzegverplichting. Op 16 februari 2025 werkt de werknemer voor het laatst, daarna is hij niet ingeroosterd. Betekent deze extra dag stilzwijgende verlenging met zes maanden?
BTW en verhuur deel nieuwbouwwoning aan eigen BV

Een directeur-grootaandeelhouder (DGA) en zijn vrouw laten een huis bouwen. Ze sluiten met de eigen BV een 25-jarig huurcontract voor exclusief gebruik van de zolderverdieping en de parkeerplaats bij het huis. Daarbij opteren ze voor BTW-belaste verhuur en brengen een deel van de BTW op de bouwkosten in aftrek. De Belastingdienst weigert aftrek. Hoe oordeelt de rechter?

