010 - 263 06 70


  

Werknemers mogen auto’s werkgever meenemen

Een Nederlandse werkgever werkt in Nederland met medewerkers die in het buitenland wonen. Gedurende hun verblijf in Nederland regelt de werkgever de huisvesting en het vervoer binnen Nederland. Voor het vervoer maken de werknemers gebruik van auto's van de werkgever. De werknemers hebben de autosleutels in hun bezit. Is er terecht een naheffing wegens privégebruik van deze auto’s opgelegd? Hoe oordeelt de rechter?


Standpunten partijen
De Belastingdienst stelt dat de beschikkingsmacht over de auto's bij de werknemers ligt omdat de autosleutels bij de werknemers blijven en er geen strikt toezicht is op de gereden kilometers.
De werkgever stelt dat de feitelijke beschikkingsmacht niet bij de werknemers ligt.

Zo bevinden de autosleutels zich in de accommodatie zodat de werkgever op elk gewenst moment kan bepalen welke werknemer een bepaalde auto dient te gebruiken. Een projectmanager van de werkgever, die toegang heeft tot het GPS-volgsysteem, neemt rechtstreeks contact op met werknemers om ritten te controleren.


Overwegingen rechter
Volgens de rechter heeft de Belastingdienst aannemelijk gemaakt dat de auto’s door de werkgever ter beschikking zijn gesteld aan de werknemers. Zo zijn de autosleutels in het bezit van de werknemers waardoor zij feitelijk altijd gebruik kunnen maken van de auto’s. Verder voert de werkgever in de praktijk pas een controle uit naar welke ritten er zijn gemaakt als er een overschrijding is van meer dan 10% ten opzichte van de zakelijk te rijden kilometers.


De werkgever heeft onvoldoende gemotiveerd betwist dat de auto’s ter beschikking zijn gesteld aan de werknemers. De stellingen van de werkgever komen er op neer dat zijn regelingen goed in elkaar zitten en dat iedere zelfstandige beschikkingsmogelijkheid over de auto’s daarmee is uitgesloten.

Hoe de uitvoering van de regelingen in de praktijk plaatsvond, blijft echter onduidelijk. Specifieke instructies van de werkgever aan de werknemers ontbreken.

Daarnaast blijft de feitelijke uitvoering rondom het houden van de autosleutels onduidelijk. Hoewel uit de stukken volgt dat de werknemers huur moeten betalen als zij een auto privé gebruiken, is er geen bewijs dat dit feitelijk ook gebeurde.
Gelet op de omstandigheid dat (bepaalde aangewezen) werknemers zelf de sleutel van de auto hadden en de ruimte hadden om bovenop het aantal zakelijke kilometers nog kilometers met de auto te rijden alvorens er een controle door de werkgever plaatsvindt naar het gebruik, acht de rechter aannemelijk dat auto’s ter beschikking zijn gesteld aan de werknemers.

Het argument van de werkgever dat omdat sprake is van uitgezonden werknemers iedere vervoersbeweging die zij in Nederland maken als zakelijk is te beschouwen, leidt niet tot de conclusie dat de auto’s niet ter beschikking staan. De rechter acht niet op voorhand aannemelijk dat iedere vervoersbeweging een zakelijk doeleind heeft, temeer niet nu er geen inzicht is in de gemaakte ritten.


Zijn de auto’s niet meer dan 500 kilometer voor privédoeleinden gebruikt?
Het is aan de werkgever om aannemelijk te maken dat de auto’s niet meer dan 500 kilometer voor privédoeleinden zijn gebruikt. Hiervoor heeft hij echter geen bewijs geleverd. De Belastingdienst heeft dus terecht een correctie voor privégebruik auto’s vastgesteld.


Conclusie
De naheffingsaanslag loonheffingen blijft in stand.


Let op: De werkgever had zijn regelingen en de uitvoering daarvan niet goed op orde. Daardoor kon hij zijn stellingen, die al uitermate dun waren, niet onderbouwen. De bijtelling wegens privégebruik auto is een typisch controlepunt voor de Belastingdienst, waarvan de bewijslast meestal volledig bij de werkgever ligt. Voorkomen is vaak beter dan genezen. We helpen u daar graag bij.

 


vorige pagina