Vastzitten in lift leidt tot naheffing overdrachtsbelasting
Een man koopt een appartement met toepassing van het 2%-tarief overdrachtsbelasting voor de eigen woning. Een dag na de levering komt hij vast te zitten in de lift. Een aanval van claustrofobie leidt tot het besluit de woning zo snel mogelijk te verkopen. De Belastingdienst legt vervolgens een naheffingsaanslag overdrachtsbelasting op met een bijheffing van 8,4% van de koopsom van de woning. Terecht?
Standpunt man
Het verlaagde tarief van 2% is en blijft van toepassing. Er is sprake van onvoorziene omstandigheden, waardoor hij de woning redelijkerwijs niet als hoofdverblijf kon gebruiken. Hij is slecht ter been en heeft grote moeite met traplopen. Daarom was hij aangewezen op de lift. De dag na de levering van het appartement is hij voor enige tijd in de lift vast komen te zitten. Wegens bij hem bestaande claustrofobie heeft hij dit voorval ervaren als zeer traumatisch.
Standpunt Belastingdienst
Volgens de Belastingdienst is geen sprake van onvoorziene omstandigheden en is het algemene tarief (10,4%) van toepassing. De lift was namelijk ten tijde van de aankoop al aanwezig. Daarnaast was de lift goed onderhouden, gekeurd en dienstbaar aan alle bewoners van het appartementencomplex. Bovendien is de Vereniging van Eigenaren niet bekend met incidenten of meldingen in de afgelopen jaren ter zake van de lift.
Oordeel rechter
Onvoorziene omstandigheden kunnen ertoe leiden dat de koper van een woning redelijkerwijs niet in staat is deze woning anders dan tijdelijk als hoofdverblijf te gaan gebruiken. Als dit het geval is, wordt hij geacht de woning anders dan tijdelijk als hoofdverblijf te hebben gebruikt. In dat geval is het verlaagde tarief van 2% van toepassing.
Nu de Belastingdienst betwist dat sprake is van onvoorziene omstandigheden, ligt de bewijslast daarvan bij de man.
De man heeft niet aannemelijk gemaakt dat sprake is van onvoorziene omstandigheden. De liften waren op het moment van de koop aanwezig. Het ontstaan van een tijdelijke storing of blokkering daarvan is inherent aan het gebruik van een lift. Dat de man is vast komen te zitten in de lift, hoe vervelend ook, vormt dus geen bijzondere omstandigheid. Ook niet in het licht van de bij hem aanwezige claustrofobie. Deze omstandigheden brengen los van elkaar noch in samenhang bezien niet met zich dat hij redelijkerwijs niet in staat was om de woning anders dan tijdelijk als hoofdverblijf te gebruiken.
Hier komt ook nog bij dat niet aannemelijk is dat sprake was van structurele gebreken of onveilige situaties met de liften in het woongebouw. Het enkele feit dat bij de lift een instructiebordje voor veilig gebruik hangt, brengt niet uit zichzelf mee dat de liften gevaarlijk of ondeugdelijk zijn.
De naheffingsaanslag overdrachtsbelasting is terecht opgelegd.
Let op: Een bijzondere situatie die duidelijk maakt dat aan het verlaagde tarief voor zelfbewoning strikte voorwaarden zitten. Een onvoorziene omstandigheid na aankoop kan deze aan de kant zetten. Maar hier had de man volgens de rechter bij aankoop zelf de kleine kans op een incident met de lift aanvaard. Daarom is van een onvoorziene omstandigheid geen sprake.

