Gebruikelijk loon voor werk in BV echtgenote
Bij een belastingcontrole van een BV met een handel in bier, breezers en laag alcoholische dranken komt naar voren dat de man van de aandeelhoudster af en toe werkzaamheden voor deze BV verricht. De echtgenote zelf heeft elders een baan en doet eigenlijk niets voor haar BV. Volgens de man is zijn rol zeer beperkt, maar de Belastingdienst stelt vast dat hij wel degelijk meer doet en corrigeert zijn inkomen met het volle wettelijke fictieve loon. Hoe oordeelt de rechter?
Overwegingen rechter
Op grond van de wet geldt ten aanzien van iemand die in betekende mate arbeid verricht voor een BV waarin hij of zijn partner een aanmerkelijk belang heeft, dat het belastbare loon niet lager wordt gesteld dan op het uit de wet voortvloeiende bedrag. Dit geldt ongeacht of daadwerkelijk loon is ontvangen.
Vast staat dat de echtgenote aanmerkelijk-belanghouder was van de BV. Beslissend voor het geschil is daarmee of de man in betekende mate arbeid heeft verricht voor de BV. De bewijslast daarvan rust op de Belastingdienst.
Uit het rapport van het boekenonderzoek blijkt van activiteiten van de BV die noodzakelijkerwijs substantiële arbeid vergden, en voorts dat de BV geen personeel in dienst had noch anderszins werkkracht inhuurde.
Tijdens de controle kon of wilde de echtgenote, ook op indringend verzoek van de Belastingdienst, niet antwoorden op vragen over het reilen en zeilen van de onderneming. Die vragen werden uiteindelijk steeds beantwoord door haar man. De echtgenote werkte op oproepbasis in de medische zorg. Van een werkkring van de man anders dan bij de BV is niet gebleken.
De man voert aan dat hij vanaf 2012 volledig is afgekeurd en een WIA-uitkering ontvangt, waardoor hij onmogelijk meer dan hand- en spandiensten heeft kunnen verrichten. Maar volgens de rechter blijkt dat laatste nergens uit. Ook blijkt nergens uit dat de echtgenote feitelijk volledig verantwoordelijk was voor de dagelijkse bedrijfsvoering.
Daarom acht de rechter aannemelijk dat de werkzaamheden die waren gemoeid met de onderneming van de BV in overwegende mate door de man werden verricht, en voorts dat deze van een zekere omvang waren.
Nu aan de voorwaarden voor het in aanmerking nemen van gebruikelijk loon wordt voldaan, blijft over de vraag naar welk bedrag dit loon moet worden vastgesteld. Anders dan de man meent, behoeft de vaststelling van het gebruikelijk loon op het normbedrag van (destijds) € 44.000 in beginsel geen nadere toets of motivering. Het volgt rechtstreeks uit de wettekst.
Dat bijvoorbeeld geen formele functie is vastgesteld en geen loon is betaald aan de man doet dus niet ter zake. De Belastingdienst hoeft ook niet aan te tonen dat de BV winst heeft gemaakt. De bewijslast dat het gebruikelijk loon op een lager bedrag moet worden vastgesteld, rust volledig op de man. Maar hiervoor levert hij geen enkele onderbouwing aan.
Conclusie
Het gelijk is aan de Belastingdienst. De correctie is terecht toegepast.
Let op: Het wordt nog wel eens vergeten. Als een man in betekende mate werkzaamheden verricht voor de BV van zijn vrouw, geldt voor hem de fictief loonregeling in volle omvang.

